MultiPlus-II GX - Producthandleiding

Inleiding

De Victron Multiplus-II GX integreert de volgende elementen:

  • Een krachtige Multiplus-II-omvormer/acculader
  • Een GX-kaart met een 2x16 karakter-display

Deze elementen zijn voorbedraad en voorgeconfigureerd in een enkele eenheid. Dit vereenvoudigt de installatie en bespaart u tijd en geld.

Dit document behandelt:

  • Kenmerken
  • Gedrag
  • Specificaties
  • Beperkingen
  • Installatie-instructies
  • Stappen voor probleemoplossing

U dient het lezen om te begrijpen hoe u uw product veilig en op betrouwbare wijze kunt gebruiken.

Deze handleiding is van toepassing op:

  • Multiplus-II GX 48/3000/35-32

Nieuwste documentatie

U kunt snel online toegang krijgen tot de nieuwste versie van deze handleiding door naar de volgende link te gaan: https://ve3.nl/MultiPlus-ii-gx

Of door deze QR-code te scannen met uw telefoon: alt-text

Veiligheidsinstructies

Lees eerst de documentatie die bij dit product is geleverd, zodat u bekend bent met de veiligheidssymbolen en -aanwijzingen, voordat u het product gebruikt. Dit product is ontworpen en getest in overeenstemming met internationale normen. Het product mag alleen voor de aangegeven toepassing worden gebruikt.

::: gevaar GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN :::

Het product wordt in combinatie met een permanente energiebron (accu) gebruikt. Zelfs als het product is uitgeschakeld, kan er een gevaarlijke elektrische spanning optreden bij de ingang- en/of uitgangaansluitpunten. Schakel altijd de netstroom uit en koppel de accu los voordat u onderhoud uitvoert.

Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker moeten worden onderhouden. Verwijder het voorpaneel niet en gebruik het product niet tenzij alle panelen op hun plaats zijn bevestigd. Al het onderhoud moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.

Gebruik het product nooit op plaatsen waar gas- of stofexplosies kunnen optreden. Raadpleeg de specificaties van de fabrikant van de accu om ervoor te zorgen dat de accu geschikt is voor gebruik met dit product. De veiligheidsinstructies van de fabrikant van de accu moeten altijd in acht worden genomen.

Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of instructie hebben gekregen over het gebruik van het product door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze het product niet in handen krijgen om er bijvoorbeeld mee te spelen.

::: gevaar Til geen zware voorwerpen op zonder hulp :::

Installatie

Lees de installatie-instructies voordat u begint met het installeren. Volg voor elektrische werkzaamheden de lokale nationale bedradingsstandaarden en regelgeving en deze installatie-instructies.

Dit product is een apparaat van veiligheidsklasse I (geleverd met een aardklem voor veiligheidsdoeleinden). **De wisselstroomingang- en/of uitgangaansluitpunten moeten voor veiligheidsdoeleinden voorzien zijn van een onderbrekingsloze aarding. ** In de afdekking van de aansluiting van het product bevindt zich een extra aardingspunt dat met het chassis is verbonden. Zie Bijlage A

De aardgeleider moet minimaal 4mm² zijn. Wanneer blijkt dat de aardingsbeveiliging beschadigd is, moet het product uitgeschakeld en opgeborgen worden om er voor te zorgen dat het niet per ongeluk opnieuw in gebruik worden genomen; neem contact op met een gekwalificeerde onderhoudsmonteur.

Zorg ervoor dat de aansluitkabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Vervang een beschermend apparaat nooit door een ander type component. Raadpleeg het gedeelte van de handleiding met betrekking tot de aansluiting van accukabels voor het juiste onderdeel.

Verwissel de neutraal en fase niet bij het aansluiten op de AC.

Controleer of de beschikbare spanningsbron voldoet aan de configuratie-instellingen van het product zoals beschreven in de handleiding, voordat u het apparaat aanzet.

Zorg ervoor dat de apparatuur wordt gebruikt onder de juiste gebruiksomstandigheden. Gebruik het nooit in een natte of stoffige omgeving.

Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije ruimte rond het product is voor ventilatie en dat ventilatieopeningen niet worden geblokkeerd.

Installeer het product in een hittebestendige omgeving. Zorg er daarom voor dat er geen chemicaliën, plastic onderdelen, gordijnen of ander textielproducten enz. in de onmiddellijke nabijheid van de apparatuur aanwezig zijn.

Deze omvormer is voorzien van een interne isolatie transformator voor een verstevigde isolering.

Vervoer en opslag

Zorg er tijdens opslag of transport van het product voor dat de netvoeding en de accukabels zijn losgekoppeld.

Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor schade tijdens vervoer wanneer de apparatuur niet in de originele verpakking wordt vervoerd.

Het product opslaan in een droge omgeving; en de opslagtemperatuur moet variëren van-20°C tot 60°C zijn.

Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de accu voor informatie over vervoer, opslag, opladen, heropladen en verwijderen van de accu.

Productbeschrijving

De basis van het product is een extreem krachtige sinusomvormer, acculader en overdrachtsschakelaar in een compacte behuizing. Het is geschikt voor gebruik in maritime en automotive toepassingen, als mede voor stationaire toepassingen op het land.

Kenmerken die gelden voor alle toepassingen

GX LCD-scherm

Een scherm met achtergrondverlichting van 2x16 tekens toont systeemparameters.

CAN-busverbindingen

Een CAN-busverbinding maakt het mogelijk om VE.can-producten aan te sluiten, zoals een Victron MPPT-zonneladers of een Lynx Sunt VE.can. Het kan ook worden geconfigureerd om CAN-bus BMS-accu's aan te sluiten.

Ethernet en wifi

Ethernet- en wifi-verbindingen maken lokale en externe systeembewaking mogelijk, evenals een verbinding met het gratis VRM-portaal van Victron voor informatie over systeemprestaties op lange termijn.

Automatisch en ononderbroken schakelen

Bij een stroomstoring of bij het uitschakelen van het stroomaggregaat, schakelt het product over op de omvormer die het toevoer van de aangesloten apparaten overneemt. Dit gebeurt zo snel dat de werking van computers en andere elektronische apparaten niet wordt verstoord (Onderbrekingsvrije Stroomvoorziening of UPS-functionaliteit). Dit maakt het product zeer geschikt als noodstroomsysteem in industriële en telecommunicatietoepassingen.

Twee AC-uitgangen

Naast de gebruikelijke onderbrekingsvrije uitgang (AC-out-1) is er een hulpuitgang (AC-out-2) beschikbaar die de belasting loskoppelt in geval van accuwerking. Voorbeeld: een elektrische boiler die alleen werkt als het stroomaggregaat draait of als er walstroom beschikbaar is. Er zijn verschillende toepassingen voor de AC-out-2.

Mogelijkheid driefasig

Deze eenheid kan met anderen worden verbonden en geconfigureerd worden voor een driefasige uitgang. Er kunnen tot 6 sets van drie parallel worden aangesloten om een omvormervermogen van 45 kW/54 kVA en een laadvermogen van meer dan 600 A te leveren.

PowerControl – maximaal gebruik van beperkte wisselstroom

Het product kan een enorme laadstroom leveren. Dit impliceert een zware belasting van de netspanning of generator. Daarom kan een maximale stroom worden ingesteld. Het product houdt dan rekening met andere stroomgebruikers en gebruikt de 'overtollige' stroom alleen voor laaddoeleinden.

PowerAssist – Uitgebreid gebruik van generator of walstroom

Deze functie brengt het principe van PowerControl naar een hogere dimensie waardoor het product de capaciteit van de alternatieve bron kan aanvullen. Waar piekvermogen vaak slechts voor een beperkte periode nodig is, zorgt het product ervoor dat onvoldoende net- of generatorvermogen onmiddellijk wordt gecompenseerd door stroom van de accu. Wanneer de belasting vermindert, wordt de reservestroom gebruikt om de accu op te laden.

Programmeerbaar

Alle instellingen kunnen worden gewijzigd met een pc en gratis software, te downloaden via onze website [www.victronenergy.com] (http://www.victronenergy.com). Zie deze handleiding voor meer informatie - https://docs.victronenergy.com/veconfigure.html

Programmeerbaar relais

Het product is uitgerust met een programmeerbaar relais. Het relais kan worden geprogrammeerd voor verschillende toepassingen, bijvoorbeeld als startrelais voor een generator.

Externe stroomtransformator (optioneel)

Externe stroomtransformator optie om PowerControl en PowerAssist met externe stroomdetectie te implementeren.

Programmeerbare analoge/digitale ingangs-/uitgangspoorten (Aux in 1 en Aux in 2, zie bijlage)

Het product is uitgerust met 2 analoge/digitale ingangs-/uitgangspoorten.

Deze poorten kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Eén toepassing is de communicatie met de BMS van een lithium-ionaccu.

Voorzien van specifieke netgekoppelde en autonome systemen gecombineerd met PV

Externe stroomtransformator (optioneel)

Bij gebruik in een roosterparallelle topologie kan de interne stroomtransformator de stroom van of naar het lichtnet niet meten. In dit geval moet een externe stroomtransformator worden gebruikt. Zie bijlage A. Neem contact op met uw Victron-distributeur voor meer informatie over dit installatietype.

Frequentieverandering

Wanneer zonne-omvormers zijn aangesloten op de AC-uitgang van het product, wordt overtollige zonne-energie gebruikt om de accu op te laden. Zodra de absorptiespanning is bereikt, zal de laadstroom afnemen en wordt de overtollige energie teruggevoerd naar het lichtnet. Als het lichtnet niet beschikbaar is, zal het product de wisselstroomfrequentie enigszins verhogen om de uitvoer van de zonne-omvormer te verminderen.

Ingebouwde accumonitor

De ideale oplossing wanneer het product deel uitmaakt van een hybride systeem (dieselgenerator, omvormer/laders, opslagaccu en alternatieve energie). De ingebouwde accumonitor kan worden ingesteld om de generator te starten en te stoppen:

  • Start bij een vooraf ingesteld % ontladingsniveau en/of
  • start (met een vooraf ingestelde vertraging) bij een vooraf ingestelde accuspanning, en/of
  • start (met een vooraf ingestelde vertraging) op een vooraf ingesteld laadniveau.
  • Stop bij een vooraf ingestelde accuspanning, of
  • stoppen (met een vooraf ingestelde vertraging) nadat de fase van de bulklading is voltooid, en/of
  • stop (met een vooraf ingestelde vertraging) op een vooraf ingesteld laadniveau.

Autonome werking wanneer het lichtnet faalt

Huizen of gebouwen met zonnepanelen of een gecombineerde micro-schaal verwarmings- en elektriciteitscentrale of andere duurzame energiebronnen hebben een potentiële autonome energievoorziening die kan worden gebruikt voor het leveren van stroom voor de essentiële apparatuur (centrale verwarmingspompen, koelkasten, diepvries-eenheden, internetverbindingen, enz.) tijdens een stroomuitval. Een probleem is echter dat op het net aangesloten duurzame energiebronnen uitvallen zodra het stroomnet uitvalt. Met dit product en accu's kan dit probleem worden opgelost: **het product kan het stroomnet vervangen tijdens een stroomuitval. Wanneer de duurzame energiebronnen meer stroom produceren dan nodig is, zal het product het overschot gebruiken om de accu's op te laden; in geval van een tekort zal het product extra stroom van de accu's leveren.

Acculader

Loodzuuraccu's

Adaptief 4-traps laadalgoritme: bulk – absorptie – vlotter – opslag

Het door microprocessoren aangedreven adaptief accubeheersysteem kan voor verschillende soorten accu's worden aangepast. De adaptieve functie past het laadproces automatisch aan het gebruik van de accu aan.

De juiste hoeveelheid lading: variabele absorptietijd

Bij lichte ontlading van de accu wordt de absorptie kort gehouden om overladen en overmatige gasvorming te voorkomen. Na diepe ontlading wordt de absorptietijd automatisch verlengd om de accu volledig op te laden.

Voorkomen van schade door overmatig gasvorming: de BatterySafe-modus

Als er een hoge laadstroom in combinatie met een hoge absorptiespanning is gekozen om een accu snel op te laden, wordt schade door overmatige gasvorming voorkomen door automatisch de spanningsverhoging te beperken zodra de spanning voor gasvorming is bereikt.

Minder onderhoud en slijtage wanneer de accu niet in gebruik is: de Opslagmodus

De Opslagmodus schakelt in wanneer de accu gedurende 24 uur niet is ontladen. De spanning wordt dan verlaagd tot 2,2 V/cel (13,2 V voor een 12V-accu) om gasvorming en corrosie van de positieve platen zoveel mogelijk te beperken. Eenmaal per week wordt de spanning weer verhoogd naar het absorptieniveau om de accu te 'egaliseren'. Deze functie voorkomt gelaagdheid van de elektrolyt en sulfatisering, een belangrijke oorzaak van het vroegtijdige falen van de accu.

Accupanningmeting: de juiste laadspanning

Spanningsverlies als gevolg van kabelweerstand kan worden gecompenseerd door de spanningsmeetvoorziening te gebruiken om de spanning direct op de DC-bus of op de accu-aansluitpunten te meten.

Accuspannings- en temperatuurcompensatie

De temperatuursensor (meegeleverd bij het product) dient om de laadspanning te verminderen wanneer de accutemperatuur stijgt. Dit is vooral belangrijk voor onderhoudsvrije accu's, die anders zouden kunnen uitdrogen door het overladen.

Li-ionaccu's

Victron LifePO4 Smart-accu's

Gebruik de VE.Bus BMS

Andere Li-ionaccu's

Zie https://www.victronenergy.com/live/battery_compatibility:start

Meer over accu's en opladen van accu's


Ons boek 'Energy Unlimited' biedt meer informatie over accu's en het opladen van accu's en is gratis beschikbaar op onze website: www.victronenergy.com/support-and-downloads/whitepapers
Voor meer informatie over adaptief opladen verwijzen wij u ook naar de Algemene Technische Informatie op onze website.

ESS – Energieopslagsystemen: energie terugvoeren in het stroomnet

Wanneer het product wordt gebruikt in een configuratie waarin het energie terugvoert naar het lichtnet, is het nodig om de stroomnetcode in te stellen door de juiste landinstelling van het stroomnet te selecteren met de VEconfigure-gereedschap.

Eenmaal ingesteld, is een wachtwoord vereist om stroomnetcode uit te schakelen of de parameters van de stroomnetcode te wijzigen. Neem contact op met uw Victron-distributeur als u dit wachtwoord nodig heeft.

Als de lokale stroomnetcode niet door het product wordt ondersteund, moet een extern gecertificeerd interface-apparaat worden gebruikt om het product op het stroomnet aan te sluiten.

Het product kan ook worden gebruikt als een bidirectionele omvormer die parallel aan het stroomnet werkt, geïntegreerd in een door de klant ontworpen systeem (PLC of ander) dat zorgt voor de meting van de regelkring en het netwerk,

Extra opmerking met betrekking tot NRS-097 (Zuid-Afrika)

  1. De maximaal toegestane netimpedantie is 0.28Ω + j0.18Ω
  2. De omvormer voldoet alleen aan de onbalanseisen in het geval van meerdere eenfasige eenheden waarbij de Color Control GX deel uitmaakt van de installatie.

Extra opmerkingen betreffende AS 4777.2 (Australië/Nieuw-Zeeland)

  1. Certificering en CEC-goedkeuring voor het gebruik los het stroomnet betekent NIET goedkeuring voor net-interactieve installaties. Aanvullende certificering volgens IEC 62109.2 en AS 4777.2.2015 is vereist vóórdat net-interactieve systemen kunnen worden geïmplementeerd. Controleer de website van de Clean Energy Council voor actuele goedkeuringen.
  2. DRM – Vraagrespons-modus Wanneer de AS4777.2-stroomnetcode is geselecteerd in VEconfigure, is de DRM 0-functionaliteit beschikbaar op de AUX1-poort (zie bijlage A. Om de stroomnetverbinding mogelijk te maken, moet er een weerstand van 5 kOhm tot 16 kOhm aanwezig zijn tussen de aansluitpunten van AUX1-poort (gemarkeerd + en -). Het product wordt losgekoppeld van het net in het geval van een open circuit of een kortsluiting tussen de aansluitpunten van de AUX1-poort. De maximale spanning tussen de aansluitpunten van de AUX1-poort is 5V. Als de DRM 0 niet vereist is, kan deze functionaliteit ook worden uitgeschakeld met VEconfigure.

Gebruik

Eén enkele aan/uit/laad-schakelaar

De schakelaar bevindt zich aan de rechter onderzijde van het product.

De schakelaar heeft drie posities. De middelste positie 0 is Uit. De I-positie is Aan en de II-positie is Alleen laden.

Wanneer u schakelt naar 'I/Aan' (richting de achterkant van het apparaat), zal het product in werking treden en is de omvormer volledig functioneel.

Als wisselspanning is aangesloten op de 'AC in'-aansluiting, wordt deze overgeschakeld naar de 'AC out'-aansluiting, indien dit binnen de specificaties valt. De omvormer schakelt uit en de acculader begint met opladen. Er wordt 'Bulk', 'Absorptie' of 'Vlotter' weergegeven, afhankelijk van de laadmodus.

Als de spanning op de 'AC-in'-aansluiting wordt afgewezen, schakelt de omvormer in.

Wanneer de schakelaar is overgeschakeld op 'II/Alleen lader', zal alleen de acculader van de Multi aangaan (als netspanning aanwezig is). In deze modus wordt ook de ingangsspanning doorgeschakeld naar de 'AC out'-aansluiting.

OPMERKING: Wanneer alleen de laadfunctie vereist is, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar is op 'II/Alleen laden' staat. Dit voorkomt dat de omvormer wordt ingeschakeld als de netspanning verloren gaat, waardoor uw accu's niet leeglopen.

GX LCD-interface

Het scherm zal u nuttige informatie over uw systeem tonen.

Aan/uit-werking

Wanneer het product wordt uitgeschakeld met de fysieke schakelaar op het apparaat of met de externe aan/uit-aansluitingen, dan wordt de GX-kaart ook uitgeschakeld. Als u het product op afstand bedient met behulp van een Digital Multi Control, dan blijft de GX-kaart evengoed van stroom voorzien. Ook bij het uitschakelen van de omvormer/lader vanuit de GX-menu's blijft de GX-kaart van stroom voorzien.

Ten slotte, wanneer de omvormer/lader zichzelf uitschakelt vanwege een alarm, zoals een lage accu of een te hoge temperatuur, blijft de GX-kaart ook in werking en van stroom voorzien.

Drukknop-werking

Wanneer de GX-kaart is ingeschakeld, wordt de achtergrondverlichting geactiveerd door op de knop naast het scherm te drukken. De achtergrondverlichting schakelt na 5 minuten uit.

Zodra de achtergrondverlichting is geactiveerd, zal het opnieuw indrukken van de knop de beschikbare weergaveopties tonen. Sommige opties worden automatisch weergegeven en andere opties vereisen een druk op de knop om weergegeven te worden.

Weergegeven informatie

  • Zonne-energie, spanning en laadtoestand (indien aangesloten)
  • ESS/DVCC-aanleidingcodes (indien actief)
  • Dagelijkse opbrengst van zonne-energie
  • Omvormer/lader laadtoestand (bijv. Bulk, ESS)
  • Accu-status van Lading, Vermogen en Spanning
  • Netwerk IP-adres en verbindingstype (indien verbonden).
  • AC-in en -uitgangsvermogen

In een systeem met meer dan één fase zal er extra wisselstroom- en uitvoerinformatie beschikbaar zijn, bijv.

  • Fase 1 AC-ingangsspanning en -vermogen.
  • Fase 1 AC uitgangsspanning en -vermogen.
  • Fase 2 AC-ingangsspanning en -vermogen.
  • Fase 2 AC uitgangsspanning en -vermogen.
  • Fase 3 AC-ingangsspanning en -vermogen.
  • Fase 3 AC uitgangsspanning en -vermogen.

Weergave foutcode

Als er een fout ontstaat in het systeem, wordt de foutcode op het scherm weergegeven. Het scherm geeft VE.Bus-foutcodenummers en MPPT-foutcodes weer (indien verbonden).

Basisinformatie over de VE.Bus foutcodes vindt u in de sectie Error Indicaties.

Voor meer informatie over de foutcodes, zie:

VE.Bus-foutcodes

MPPT-foutcodes

De fout wordt weergegeven totdat deze is opgelost.

Installatie

alt-text

Dit product bevat potentieel gevaarlijke spanningen. Het dient alleen worden geïnstalleerd onder toezicht van een geschikte gekwalificeerde installateur met de juiste opleiding en in overeenkomst met de lokale vereisten. Neem contact op met Victron voor meer informatie of noodzakelijke training.

Locatie

Het product moet worden geïnstalleerd in een droge en goed geventileerde ruimte, en zo dicht mogelijk bij de accu's. Er moet een vrije ruimte van minimaal 10 cm rond het apparaat behouden worden voor het afkoelen.

::: waarschuwing Een hoge omgevingstemperatuur resulteert in het volgende:

  • Een kortere levensduur.
  • Een gereduceerde laadstroom.
  • Verminderde piekvermogen of het uitschakelen van de omvormer.

Plaats het apparaat nooit direct boven de accu's. :::

Dit product is geschikt voor wandmontage. Voor montagedoeleinden zijn aan de achterkant van de behuizing een haak en twee gaten aangebracht (zie bijlage G). Het apparaat kan zowel horizontaal als verticaal worden gemonteerd. Voor optimale koeling heeft een verticale montage de voorkeur.

::: waarschuwing De binnenkant van het product moet na installatie toegankelijk blijven. :::

Probeer de afstand tussen het product en de accu tot een minimum te beperken teneinde kabelspanningsverliezen tot een minimum te brengen.

Voor veiligheidsdoeleinden moet dit product in een hittebestendige omgeving worden geïnstalleerd. Vermijd de aanwezigheid van bijv. chemicaliën, synthetische componenten, gordijnen of ander textiel enz.

Aansluiting van accukabels

Teneinde de volledige capaciteit van het product volledig te benutten, moeten de accu's met voldoende capaciteit en accukabels met een geschikte doorsnede worden gebruikt. Zie tabel.

48/3000/35
Aanbevolen accucapaciteit (Ah) 100–400
Aanbevolen DC-zekering 125 A
Aanbevolen doorsnede (mm²) per + en - aansluitpunt
0 – 5 m 35 mm²
5 – 10 m 70 mm²

Opmerking: Interne weerstand is de belangrijkste factor bij het werken met batterijen met een lage capaciteit. Raadpleeg uw leverancier of de relevante delen van ons boek 'Energy Unlimited', te downloaden op onze website.

Accuverbindingsprocedure

Ga als volgt te werk om de accukabels aan te sluiten:

::: gevaar Gebruik een momentsleutel met geïsoleerde steeksleutel om te voorkomen dat de accu kortsluit. Maximum koppel: 14 Nm Vermijd kortsluiting van de accukabels. :::

::: gevaar Er moet specifieke zorg en aandacht worden besteed bij het aansluiten van de accu. Met een multimeter moet de juiste polariteit worden bevestigd, voordat de accu wordt aangesloten. Door de accu met de onjuiste polariteit aan te sluiten, wordt het apparaat vernietigd en dat valt niet onder de garantie. :::

alt-text

  • Maak de twee schroeven aan de onderkant van de behuizing los en verwijder het servicepaneel.
  • Sluit de accukabels aan. Eerst de - kabel dan de +. Houd er rekening mee dat er een vonk kan optreden bij het aansluiten van de accu.
  • Draai de moeren vast aan de voorgeschreven koppels voor minimale contactweerstand.

Aansluiting van de AC-bekabeling

alt-text

::: waarschuwing Dit is een product met veiligheidsklasse I (geleverd met een aardklem voor veiligheidsdoeleinden). **De wisselstroom- en/of uitgangsklemmen en/of aardingspunt aan de binnenkant van het product moeten voor veiligheidsdoeleinden voorzien zijn van een onderbrekingsloos aardingspunt.

In een vaste installatie kan een onderbrekingsloze aarding worden vastgezet door middel van de aardingsdraad van de AC-ingang. Anders moet de behuizing worden geaard.

Dit product is voorzien van een aardrelais (relais H, zie bijlage B) dat automatisch de Neutrale uitgang met het chassis verbind als er geen externe wisselstroomvoeding voorhanden is. Als er een externe wisselstroomvoorziening aanwezig is, gaat het aardrelais H open voordat het ingangsveiligheidsrelais sluit. Dit zorgt voor de juiste werking van een aardlekstroomonderbreker die is aangesloten op de uitgang.

Bij een mobiele installatie (bijvoorbeeld met een walstroomstekker) zal het onderbreken van de walverbinding tegelijkertijd de aardingsverbinding verbreken. In dat geval moet de behuizing worden aangesloten op het chassis (van het voertuig) of op de romp of aardingsplaat (van de boot). In het geval van een boot wordt directe verbinding met de wal niet aanbevolen vanwege mogelijke galvanische corrosie. De oplossing hiervoor is het gebruik van een isolatietransformator. Koppel: 2 Nm :::

De klemmenblokken zijn te vinden op de printplaat, zie bijlage A.

Verwissel de neutraal en fase niet bij het aansluiten op de AC.

  • AC-in De AC-ingangskabel kan worden aangesloten op het aansluitblok 'AC–in'. Van links naar rechts: "N" (neutraal), "PE" (aarde) en "L" (nul) De wisselstrooming moet worden beschermd door een zekering of magnetische stroomonderbreker met een vermogen van 32 A of minder, en de doorsnede van de kabel moet dienovereenkomstig worden aangepast. Als de ingangswisselstroomtoevoer een lagere waarde heeft, moet de zekering of magnetische stroomonderbreker dienovereenkomstig worden verlaagd.

  • AC-out-1 De AC-uitgangskabel kan direct op het aansluitblok 'AC-out' worden aangesloten. Van links naar rechts: "N" (neutraal), "PE" (aarde) en "L" (nul) Met de PowerAssist-functie kan de Multi tot 3kVA (dat is 3000/230 = 13 A) toevoegen aan de uitgang tijdens perioden van piekvermogen. Samen met een maximale ingangsstroom van 32 A betekent dit dat de uitgang tot 32 + 13 = 45 A kan leveren. Een aardlekstroomstroomonderbreker en een zekering of stroomonderbreker die geschikt is om de verwachte belasting te ondersteunen, moeten in serie met de uitgang worden meegeleverd en de doorsnede van de kabel moet dienovereenkomstig worden aangepast.

  • AC-out-2 Er is een tweede uitgang beschikbaar die de verbinding verbreekt met z'n belasting in het geval van accu-werking. Op deze aansluitingen is apparatuur aangesloten die alleen kan werken als er wisselspanning beschikbaar is op de AC-in-1, bijvoorbeeld een elektrische boiler of een airco. De belasting op de AC-out-2 wordt onmiddellijk losgekoppeld wanneer de omvormer/lader overschakelt op de accu. Nadat wisselstroom beschikbaar is op de AC-in-1, wordt de belasting op AC-out-2 met een vertraging van ongeveer 2 minuten opnieuw aangesloten. Dit om een stroomaggregaat te stabiliseren.

Optionele verbindingen

Er zijn een aantal optionele verbindingen mogelijk:

Afstandsbediening

Het product kan op twee manieren op afstand worden bediend.

  • Met een externe schakelaar (aansluitpunt M, zie bijlage A). Deze werkt alleen als de schakelaar op de MultiPlus-II GX is ingesteld op "aan&quot.
  • Met een Digital Multi Control-paneel (aangesloten op een van de twee RJ45-contactdozen L, zie bijlage A). Deze werkt alleen als de schakelaar op de MultiPlus-II GX is ingesteld op "aan&quot.

Het Digital Multi Control-paneel heeft een draaiknop waarmee de maximale stroom van de wisselstroom kan worden ingesteld: zie PowerControl en PowerAssist.

Programmeerbaar relais

Het product is uitgerust met een programmeerbaar relais.

Het relais kan worden geprogrammeerd voor allerlei andere toepassingen, bijvoorbeeld als startrelais voor een generator.

Programmeerbare analoge/digitale ingangs-/uitgangspoorten

Het product is uitgerust met 2 analoge/digitale ingangs-/uitgangspoorten.

Deze poorten kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Eén toepassing is de communicatie met de BMS van een lithium-ionaccu.

Spanningssensor (aansluitpunt J, zie bijlage A)

Voor het compenseren van mogelijke kabelverliezen tijdens het opladen, kunnen er twee sensordraden worden aangesloten waarmee de spanning direct kan worden gemeten op de accu of op de positieve en negatieve verdeelpunten. Gebruik draad met een doorsnede van 0,75mm².

Tijdens het opladen van de accu compenseert de omvormer/lader de spanningsval over de DC-kabels tot maximaal 1 Volt (d.w.z. 1 V over de positieve aansluiting en 1V over de negatieve aansluiting). Als de spanningsval groter dreigt te worden dan 1 V, wordt de laadstroom zodanig beperkt dat de spanningsval beperkt blijft tot 1 V.

Temperatuursensor (aansluitpunt J, zie bijlage A)

De temperatuursensor (meegeleverd bij de omvormer/lader) kan worden aangesloten voor temperatuurgecompenseerd opladen. De sensor is geïsoleerd en moet op de negatieve pool van de accu worden aangebracht.

Parallelle verbinding

Het is vereist om identieke eenheden te gebruiken voor driefasen- en parallelle systemen. Aangezien er slechts één GX apparaat per systeem is toegestaan, moet u hetzelfde model MultiPlus-II vinden in het geval u een parallelle en/of driefasenaansluiting wilt gebruiken met een MultiPlus-II GX.

Om u te helpen bij het vinden van identieke eenheden, kunt u in plaats daarvan de MultiPlus-II gebruiken voor parallelle en driefasensystemen en een extern GX-apparaat.

Er kunnen maximaal zes eenheden parallel worden aangesloten. Bij het aansluiten van een Multiplus-II GX met Multiplus-II in een parallel systeem, moet aan de volgende vereisten worden voldaan:

::: waarschuwing

  • Het is essentieel dat de negatieve pool van de accu tussen de eenheden altijd is aangesloten. Een zekering of stroomonderbreker is niet toegestaan op de negatieve pool.

:::

  • Alle eenheden moeten op dezelfde accu worden aangesloten
  • Maximaal zes parallel aangesloten eenheden.
  • De apparaten moeten identiek zijn (afgezien van het GX-deel) en dezelfde firmware hebben.
  • De DC-aansluitkabels naar de apparaten moeten van gelijke lengte en doorsnede zijn.
  • Als een positief en een negatief gelijkstroomverdelingspunt wordt gebruikt, moet de doorsnede van de verbinding tussen de accu's en het gelijkstroomverdelingspunt ten minste gelijk zijn aan de som van de vereiste doorsneden van de verbindingen tussen het distributiepunt en de eenheden.
  • Koppel altijd eerst de negatieve accukabels voordat u de UTP-kabels plaatst.
  • Plaats de MultiPlus-II en MultiPlus-II GX-eenheden dicht bij elkaar, maar laat minstens 10 cm ruimte over voor ventilatie onder, boven en naast de eenheden.
  • UTP-kabels moeten rechtstreeks van de ene eenheid op de andere worden aangesloten (en op het externe paneel). Contact- of splitterdozen zijn niet toegestaan.
  • Er kan slechts één afstandsbediening (paneel of schakelaar) worden aangesloten op het systeem. Dat betekent maar één GX.

Driefasenwerking

De MultiPlus-II GX kan ook worden gebruikt in 3-fasen Y-configuratie. Hiervoor wordt een verbinding tussen de apparaten gemaakt door middel van standaard RJ45 UTP-kabels (hetzelfde als voor een parallelle werking). Het systeem (MultiPlus-II GX plus een optioneel bedieningspaneel) vereist een volgende configuratie.

Voorwaarden: zie Sectie Spanningsdetectie

  1. Opmerking: de MultiPlus-II GX is niet geschikt voor een 3-fasen delta (Δ)-configuratie.
  2. Wanneer de AS4777.2 stroomnetcode is geselecteerd in VEconfigure, zijn slechts 2 eenheden parallel per fase toegestaan in een driefasensysteem.

Voor meer informatie over parallelle en driefasenconfiguratie moet u altijd eerst uw Victron-distributeur en deze specifieke handleiding raadplegen: https://www.victronenergy.com/live/ve.bus:manual_parallel_and_three_phase_systems

Verbinding met het VRM-portaal

Voor de verbinding van de MultiPlus-II GX met het VRM is een internetverbinding nodig. Dit kan gedaan worden via wifi of bij voorkeur via een ethernet kabel naar een op het internet aangesloten router.

De VRM-site-id bevindt zich op een sticker in de buurt van de kabelverbindingen van het apparaat.

Voor meer informatie over het instellen van VRM, raadpleeg de handleiding [Aan de slag met VRM] (https://www.victronenergy.com/live/vrm_portal:getting_started).

Configuratie

Deze sectie is voornamelijk bedoeld voor zelfstandige toepassingen

Zie voor netaangesloten energieopslagsystemen (ESS) https://www.victronenergy.com/live/ess:start

  • Instellingen mogen alleen worden gewijzigd door een geschikt gekwalificeerd installateur met de juiste training en met inachtneming van de lokale vereisten. Neem contact op met Victron voor meer informatie of noodzakelijke training.
  • Lees de instructies grondig voordat u wijzigingen doorvoert.
  • Tijdens het instellen van de lader moet de AC-ingang worden verwijderd.

Standaardinstellingen: klaar voor gebruik

Bij levering is de MultiPlus-II GX ingesteld op standaard fabriekswaarden. Over het algemeen zijn deze instellingen geschikt voor werking met één enkele eenheid.

::: waarschuwing Mogelijk is de standaard acculaadspanning niet geschikt voor uw accu's! Raadpleeg de documentatie van de fabrikant of de leverancier van uw accu! :::

Standaard Multiplus-II GX-fabrieksinstellingen

Instelling Waarde
Omvormerfrequentie 50 Hz
Ingangsfrequentiebereik 45 – 65 Hz
Ingangsspanningsbereik 180 – 265 VAC
Omvormerspanning 230 VAC
Stand-alone / parallel / 3-fasen stand-alone
AES (Automatische Economy Schakelaar) uit
Grond relais aan
Acculader aan/uit aan
Accu-oplaadcurve 4-traps adaptief met BatterySafe-mode
Oplaadstroom 100% van de maximale laadstroom
Accutype Victron Gel Deep Discharge (ook geschikt voor Victron AGM Deep Discharge)
Automatische egalisatie opladen uit
Absorptiespanning 57,6 V
Absortietijd tot 8 uur (afhankelijk van bulktijd)
Vlotterspanning 55,2 V
Opslagspanning 52,8 V (niet instelbaar)
Herhaalde absorptietijd 1 uur
Absorptie herhaling 7 dagen
Bulk bescherming aan
AC-ingangsstroomlimiet 32 A (= instelbare stroomlimiet voor PowerControl en PowerAssist functies)
UPS-functie aan
Dynamische stroombeperker uit
WeakAC uit
BoostFactor 2

Programmeerbare relaisalarmfunctie | PowerAssist | aan |

Uitleg instellingen

De instellingen die niet vanzelfsprekend zijn, worden hieronder kort beschreven. Raadpleeg voor meer informatie de Help-bestanden in de software configuratieprogramma's.

Omvormerrequentie

Uitgangsfrequentie als er geen AC aanwezig is op de ingang.

Aanpasbaarheid: 50 Hz; 60 Hz

Ingangsfrequentiebereik

Ingangsfrequentiebereik geaccepteerd door de MultiPlus-II GX. De Multiplus-II GX synchroniseert binnen dit bereik met de AC-ingangsfrequentie. De uitgangsfrequentie is dan gelijk aan de ingangsfrequentie.

Aanpasbaarheid: 45 – 65 Hz; 45 – 55 Hz; 55 – 65 Hz

Ingangsspanningsbereik

Spanningsbereik geaccepteerd door de MultiPlus-II GX. De Multiplus-II GX synchroniseert binnen dit bereik met de AC-ingang. De uitgangsspanning is dan gelijk aan de ingangsspanning.

Aanpasbaarheid:

Ondergrens: 180 – 230V

Bovengrens: 230 – 270V

Opmerking: De standaard ondergrens instelling van 180V is bedoeld voor aansluitingen op een zwakke netvoeding of op een generator met instabiele wisselstroom. Deze instelling kan ertoe leiden dat een systeem wordt uitgeschakeld wanneer deze is aangesloten op een 'borstelloze, zelf-opstartende, extern spanningsgeregelde, synchrone wisselstroomgenerator' (synchrone AVR-generator). De meeste generatoren met een vermogen van 10 kVA of meer zijn synchrone AVR-generatoren. De uitschakeling wordt geïnitieerd wanneer de generator wordt gestopt en het toerental omlaag gaat terwijl de AVR tegelijkertijd ‘probeert’ de uitgangsspanning van de generator op 230 V te houden.

De oplossing is om de ondergrens te verhogen tot 210 VAC (de uitgang van AVR-generatoren is over het algemeen zeer stabiel), of om de MultiPlus-II GX los te koppelen van de generator wanneer een stopsignaal wordt gegeven (met behulp van een wisselstroomschakelaar geïnstalleerd in serie met de generator).

Omvormerspanning

Uitgangsspanning van de MultiPlus-II GX bij werking van de accu.

Aanpasbaarheid: 210 – 245V

Stand-alone/parallelle werking/2- of 3-faseninstelling

Met behulp van meerdere apparaten is het mogelijk om:

  • het totale omvormervermogen (meerdere apparaten parallel) te verhogen
  • een split-fase systeem met een aparte autotransformator te creëren: zie VE-autotransformator datasheet en handleiding
  • een 3-fasensysteem te creëren.

De standaardproductinstellingen zijn voor één apparaat een stand-alone-werking.

**AES (Automatic Economy Switch) **

Als deze instelling 'ingeschakeld' is, wordt het stroomverbruik bij niet-belaste werking en bij lage belastingen met ca. 20% verminderd door de sinusoïdale spanning iets te 'verkleinen'. Alleen van toepassing bij een stand-alone-configuratie.

Zoekmodus

In plaats van de AES-modus kan er ook voor de zoekmodus worden gekozen. Indien de zoekmodus ‘aan’ is, zal het stroomverbruik in nullast worden verlaagd met circa 70%. In deze modus wordt de MultiPlus-II GX, bij gebruik in de omvormermodus, uitgeschakeld in geval van geen belasting of zeer lage belasting, en gaat het elke twee seconden gedurende een korte periode aan. Indien de uitgangsstroom een ingesteld niveau overschrijdt, blijft de omvormer werken. Wanneer dit niet het geval is, wordt de omvormer opnieuw uitgeschakeld.

De belastingsniveaus kunnen worden ingesteld met VEconfigure om de zoekmodus 'af te sluiten' en 'aan te laten'.

De standaardinstellingen zijn:

Actie Drempel
Uitschakelen 40 Watt (lineaire belasting)
Inschakelen 100 Watt (lineaire belasting)

**Grondrelais (zie bijlage B) **

Met dit relais wordt de neutrale geleider van de wisselstroomuitgang op het chassis geaard wanneer de veiligheidsrelais aan de achterzijde open zijn. Dit zorgt voor de juiste werking van aardlekstroomonderbrekers in de uitgang. Indien nodig kan een extern aardrelais worden aangesloten (voor een split-fasensysteem met een aparte autotransformator). Zie bijlage A.

Acculaadalgoritme

De standaardinstelling is 'Viertraps adaptief met BatterySafe-modus'.

Dit is het aanbevolen laadalgoritme voor loodzuuraccu's. Zie de Hulp-bestanden in de softwareconfiguratieprogramma's voor andere functies.

Accutype

De standaardinstelling is het meest geschikt voor Victron Gel Deep Discharge, Gel Exide A200 en stationaire buisjesplaat -accu's (OPzS). Deze instelling kan ook worden gebruikt voor vele andere accu's: bijvoorbeeld de Victron AGM Deep Discharge en andere AGM-accu's, en vele soorten natte vlakke plaataccu's.

Met VEconfigure kan het laadalgoritme worden aangepast om elk type accu op te laden (Nikkel-cadmium-accu's, Lithium-ion accu's)

Absortietijd

Bij de standaardinstelling 'Viertraps adaptief met BatterySafe-modus' is de absortietijd afhankelijk van de bulktijd (aanpasbare laadcurve), zodat de accu optimaal wordt opgeladen.

Egalisatie

Tractie-accu's vereisen regelmatig extra opladen. In de egalisatiemodus zal de MultiPlus-II GX gedurende één uur opladen met verhoogde spanning (4 V voor een 48V-accu). De laadstroom wordt dan beperkt tot 1/4 van de ingestelde waarde.

De egalisatiemodus levert een hogere laadspanning dan de meeste DC-verbruikende apparaten aankunnen. Deze apparaten moeten worden losgekoppeld voordat er extra wordt opgeladen.

Automatisch egalisatie-opladen

Deze instelling is bedoeld voor natte buisjesplaat tractie- of OPzS-accu's. Tijdens de absorptie neemt de spanningsgrens toe tot 2,83 V/cel (68 V voor een 48V-accu) zodra de laadstroom is gedaald tot minder dan 10% van de ingestelde maximale stroom.

Zie 'buisjesplaat tractie-accu ladingscurve' in VEconfigure.

Opslagspanning, ** Herhaalde absorptietijd, absorptieherhalingsinterval

Zie bijlage E.

Bulk-bescherming

Wanneer deze instelling 'aan' is, is de bulkoplaadtijd beperkt tot 10 uur. Een langere oplaadtijd kan wijzen op een systeemfout (bv. een kortsluiting van de accu-cel).

AC-ingangsstroombeperking

Dit zijn de stroomlimietinstellingen waarmee PowerControl en PowerAssist inschakelen.

PowerAssist instelbereik: van 5,3 A tot 32 A.

Fabrieksinstelling: de maximale waarde (32 A).

UPS-functie

Als deze instelling 'aan' staat en de AC op de ingang uitvalt, schakelt de MultiPlus-II GX praktisch zonder onderbreking over op de omvormerwerking.

De uitgangsspanning van sommige kleine generatorsets is instabiel en vervormt door het gebruik van deze instelling. De MultiPlus-II GX zou daardoor voortdurend overschakelen op de omvormerwerking. Om deze reden kan de instelling worden uitgeschakeld. De Multiplus-II GX reageert dan minder snel op wisselspanningsafwijkingen. De omschakeltijd naar de omvormerwerking duurt dus iets langer, maar de meeste apparatuur (de meeste computers, klokken of huishoudelijke apparaten) wordt daardoor niet nadelig beïnvloed.

Aanbeveling: Schakel de UPS-functie uit als de MultiPlus-II GX niet kan worden gesynchroniseerd, of als de omvormer continu wordt ingeschakeld.

Dynamische stroombeperker

Bedoeld voor generatoren, waarbij de wisselspanning wordt opgewekt door middel van een statische omvormer (zogenaamde omvormer-generatoren). Bij deze generatoren wordt het toerental van de motor verminderd bij lage belasting: dit vermindert geluid, brandstofverbruik en vervuiling. Een nadeel is dat de uitgangsspanning ernstig zal dalen of zelfs volledig zal falen in het geval van een plotselinge belastingverhoging. Meer belasting kan pas worden geleverd nadat de motor op volle snelheid is.

Als deze instelling 'aan' is, zal de MultiPlus-II GX beginnen met het leveren van extra vermogen bij een laag generator-uitgangsniveau en geleidelijk de generator in staat stellen meer te leveren, totdat de ingestelde stroomlimiet is bereikt. Hierdoor kan de generatormotor op snelheid komen.

Deze instelling wordt ook vaak gebruikt voor 'klassieke' generatoren die langzaam reageren op plotselinge belastingvariaties.

WeakAC

Sterke vervorming van de ingangsspanning kan ertoe leiden dat de lader nauwelijks of helemaal niet werkt. Als WeakAC is ingesteld, accepteert de acculader ook een sterk vervormde spanning, ten koste van een grotere vervorming van de ingangsstroom.

Aanbeveling: Schakel WeakAC in als de acculader nauwelijks of helemaal niet oplaadt (wat vrij zeldzaam is!). Schakel ook de dynamische stroombeperker tegelijkertijd in en verlaag de maximale laadstroom om overbelasting van de generator indien nodig te voorkomen.

**Opmerking: ** wanneer WeakAC ingeschakeld is, wordt de maximale laadstroom met ongeveer 20% verminderd.

Boostfactor Deze waarde past het PowerAssist-gedrag aan. Als u problemen ondervindt met PowerAssist (bijv. overbelasting), raadpleeg dan een specialist die door Victron Energy is opgeleid, voordat u het probeert te wijzigen.

Programmeerbaar relais

De MultiPlus-II GX is uitgerust met meerdere programmeerbare relais. Het relais kan worden geprogrammeerd voor allerlei andere toepassingen, bijvoorbeeld als startrelais voor een generator.

**Extra AC-uitgang (AC-out-2) **

Bedoeld voor niet-kritieke belastingen en is direct aangesloten op de AC-ingang. Met stroommeetcircuit om PowerAssist in te schakelen.

De MultiPlus-II GX configureren

De volgende hardware is vereist:

VEconfigure pc-software

De configuratie van de MultiPlus-II GX wordt uitgevoerd met een gereedschap genaamd [VEconigure] (https://docs.victronenergy.com/veconfigure.html). Lees bovendien de aparte [VEconfigure handleiding] (https://docs.victronenergy.com/veconfigure.html) en neem [Victron-training] (https://www.victronenergy.com/information/training) voor een veilig gebruik van dit gereedschap.

VE.Bus Quick Configure Setup

VE.Bus Quick Configureren Setup is een softwareprogramma waarmee systemen met maximaal drie Multis (parallelle of driefasige werking) eenvoudig kunnen worden geconfigureerd.

De software kan gratis worden gedownload op www.victronenergy.com.

VE.Bus Systeem Configurator

Voor het configureren van geavanceerde toepassingen en/of systemen met vier of meer Multis moet de VE.Bus System Configurator software worden gebruikt. De software kan gratis worden gedownload op www.victronenergy.com.

Onderhoud

De Multiplus-II GX vereist geen specifiek onderhoud. Het is voldoende om alle verbindingen eenmaal per jaar te controleren. Vermijd vocht en olie/roet/dampen en houd het apparaat schoon.

Foutmeldingen

Met de onderstaande procedures kunnen de meeste fouten snel worden geïdentificeerd. Als een fout niet kan worden opgelost, raadpleeg dan uw Victron Energy-leverancier.

Algemene foutindicaties

Probleem Oorzaak Oplossing
Geen uitgangsspanning op AC-out-2. Multiplus-II GX in omvormermodus
Multi schakelt niet over op generator- of stroomnetwerking. De stroomonderbreker of zekering in de AC-in ingang is open als gevolg van overbelasting. Verwijder overbelasting of kortsluiting op AC-out-1 of AC-out-2 en herstel zekering/onderbreker.
Omvormerwerking start niet wanneer ingeschakeld. De accuspanning is te hoog of te laag. Geen spanning op gelijkstroomaansluiting. Zorg ervoor dat de accuspanning binnen het juiste bereik ligt.
'Accu laag' De accuspanning is laag. Laad de accu op of controleer de accu-aansluitingen.
'Lage accu' (Uitschakelen) De omvormer schakelt uit omdat de accuspanning te laag is. Laad de accu op of controleer de accu-aansluitingen.
'Overbelasting' De omvormerbelasting is hoger dan de nominale belasting. Verlaag de belasting.
'Overbelasting' (Uitschakelen) De omvormer wordt uitgeschakeld vanwege een te hoge belasting. Verlaag de belasting.
'Te hoge temperatuur' De omgevingstemperatuur is te hoog of de belasting is te hoog. Installeer de converter in een koele en goed geventileerde omgeving, of verlaag de belasting.
'Lage accuspanning / overbelasting' (Uitschakelen) Lage accuspanning en te hoge belasting. Laad de acc's op, ontkoppel of verlaag de belasting of installeer accu's met een hogere capaciteit. Gebruik kortere en/of dikkere accukabels.
'Hoge DC-stroomrimple' Rimpelspanning op de DC-aansluiting overschrijdt 1,5 Vrms. Controleer de accukabels en accu-aansluitingen. Controleer of de accucapaciteit hoog genoeg is en verhoog het indien nodig.
'DC-rimple uitgeschakeld' De omvormer wordt uitgeschakeld door een te hoge rimpelspanning op de ingang. Installeer accu's met een hogere capaciteit. Plaats kortere en/of dikkere accukabels en herstel de omvormer (zet uit en weer aan).
De acculader werkt niet. De wisselstroomingangsspanning of -frequentie valt niet binnen het ingestelde bereik. Zorg ervoor dat de wisselstroomingang tussen 185 VAC en 265 VAC ligt en dat de frequentie binnen het ingestelde bereik ligt (standaardinstelling 45-65 Hz).
De stroomonderbreker of zekering in de AC-in ingang is open als gevolg van overbelasting. Verwijder overbelasting of kortsluiting op AC-out-1 of AC-out-2 en herstel zekering/onderbreker.
De zekering van de accu is gesprongen. Vervang de zekering van de accu.
De vervorming of de AC-ingangsspanning is te groot (over het algemeen generatorvoeding). Schakel de instellingen WeakAC en dynamische stroombegrenzer in.
De acculader werkt niet. 'Bulkbescherming' weergegeven. Multiplus-II GX staat in de 'Bulkbeschermings'-modus, dus de maximale laadtijd van 10 uur is overschreden. Een dergelijke lange oplaadtijd kan wijzen op een systeemfout (bv. een kortsluiting van de accucel). Controleer je accu's. OPMERKING: U kunt de foutmodus opnieuw instellen door de MultiPlus-II GX uit en weer in te schakelen. De standaard MultiPlus-II GX-fabrieksinstelling van de 'Bulkbescherming'-modus is ingeschakeld. De modus 'Bulkbescherming' kan alleen met behulp van VEconfigure worden uitgeschakeld.
De accu is niet volledig opgeladen. Laadstroom te is hoog, voortijdige absorptiefase. Stel de laadstroom in op een niveau tussen 0,1 en 0,2 keer de accucapaciteit.
Slechte accu-aansluiting. Controleer de accu-aansluitingen.
De absorptiespanning is ingesteld op een incorrect niveau (te laag). Stel de absorptiespanning in op het juiste niveau.
De vlotterspanning is ingesteld op een incorrect niveau (te laag). Stel de vlotterspanning in op het juiste niveau.
De beschikbare oplaadtijd is te kort om de accu volledig op te laden. Selecteer een langere laadtijd of hogere laadstroom.
De absorptietijd is te kort. In het geval van adaptief opladen kan dit worden veroorzaakt door een extreem hoge laadstroom ten opzichte van de accucapaciteit, waardoor de bulktijd onvoldoende is. Verminder de laadstroom of selecteer de 'vaste' laadkenmerken.
De accu is overladen. De absorptiespanning is ingesteld op een onjuist niveau (te hoog). Stel de absorptiespanning in op het juiste niveau.
De vlotterspanning is ingesteld op een onjuist niveau (te hoog). Stel de vlotterspanning in op het juiste niveau.
Slechte accuconditie. Vervang de accu.
De accutemperatuur is te hoog (door slechte ventilatie, te hoge omgevingstemperatuur of te hoge laadstroom). Verbeter de ventilatie, installeer accu's in een koelere omgeving, verminder de laadstroom, en sluit de temperatuursensor aan.
De laadstroom daalt naar 0 zodra de absorptiefase start. Gebrekkige accutemperatuursensor Koppel de stekker van de temperatuursensor los in de MultiPlus-II GX. Als het opladen na ongeveer 1 minuut correct functioneert, moet de temperatuursensor worden vervangen.
De accu is oververhit (+50°C) Installeer de accu in een koelere omgeving
Verminder de laadstroom
Controleer of een van de accucellen een interne kortsluiting heeft

VE.Bus-foutcodes

Een VE.Bu- systeem kan verschillende foutcodes weergeven. Deze codes worden weergegeven op het GX-scherm aan de voorkant.

Om een VE.Bus-foutcode correct te interpreteren, moet u de documentatie van de VE.Bus-foutcodes raadplegen - https://www.victronenergy.com/live/ve.bus:ve.bus_error_codes.

Code Betekenis: Oorzaak/oplossing:
1 Apparaat wordt uitgeschakeld omdat een van de andere fasen in het systeem is uitgeschakeld. Controleer de falende fase.
3 Niet alle of meer dan de verwachte apparaten zijn gevonden in het systeem. Het systeem is niet correct geconfigureerd. Configureer het systeem opnieuw. Als de fout aanhoudt, is er mogelijk een communicatiekabelfout. Controleer de kabels en zet alle apparatuur uit en weer aan.
4 Geen enkel ander apparaat gedetecteerd. Controleer de communicatiekabels.
5 Overspanning op AC-out. Controleer de AC-kabels.
10 Probleem systeemtijdsynchronisatie opgetreden. Zou niet moeten voorkomen in correct geïnstalleerde apparatuur. Controleer de communicatiekabels.
14 Apparaat kan geen gegevens verzenden. Controleer de communicatiekabels (er kan een kortsluiting zijn).
17 Een van de apparaten heeft de 'master'-status aangenomen, omdat de oorspronkelijke master heeft gefaald. Controleer de defecte eenheid. Controleer de communicatiekabels.
18 Er is overspanning opgetreden. Controleer AC-kabels.
22 Dit apparaat kan niet als 'slave' functioneren. Dit apparaat is een verouderd en ongeschikt model. Het moet worden vervangen.
24 Bescherming van het omschakelsysteem geïnitieerd. Zou niet moeten voorkomen in correct geïnstalleerde apparatuur. Zet alle apparatuur uit en weer aan. Als het probleem zich opnieuw voordoet, controleert u de installatie. **Mogelijke oplossing: verhoog de ondergrens van de AC-ingangsspanning tot 210 VAC (fabrieksinstelling is 180 VAC) **
25 Incompatibiliteit van firmware. De firmware van een van de aangesloten apparaten is niet voldoende geactualiseerd om in combinatie met dit apparaat te werken. 1) Zet alle apparatuur uit. 2) Zet het apparaat dat deze foutmelding retourneert aan. 3) Zet alle andere apparaten één voor één aan, totdat het foutbericht opnieuw optreedt. 4) Actualiseer de firmware bij in het laatste apparaat dat was aangezet.
26 Interne fout. Zou niet moeten voorkomen. Zet alle apparatuur uit en weer aan. Neem contact op met Victron Energy als het probleem zich blijft voordoen.

Technische specificaties

alt-text

Bijlage A: Overzicht van de verbinding

alt-text

Referentie Beschrijving Verbinding
A Verbinding laden. AC-UIT-1 van links naar rechts: N (neutraal), PE (aard/grond), L (fase)
B Verbinding laden. AC-UIT-1 van links naar rechts: N (neutraal), PE (aard/grond), L (fase)
C AC-ingang. AC-IN van links naar rechts: N (neutraal), PE (aard/grond), L (fase)
D Alarm contact: van links naar recht NO, NC, COM.
E Start zonder assistentie Houd deze knop ingedrukt bij het starten
F Primaire aarding M6 (PE)
G Accu positieve aansluiting. M8
H Accu min-aansluiting. M8
ik schakelaar -:Aan, 0:Uit, =:Alleen opladen
J Aansluitpunten van boven naar beneden:
12 V 100 mA
Programmeerbaar contact K1 open collector 70 V 100 mA
Externe aarderelais +
Externe aarderelais –
Aux-ingang 1 +
Aux-ingang 1 –
Aux-ingang 2 +
Aux-ingang 2 –
temperatuurdetectie +
temperatuurdetectie –
Accuspanningsdetectie +
Accuspanningsdetectie –
K Externe stroomsensor
L 2x RJ45 VE-BUS-aansluiting voor afstandsbediening en/of parallelle/driefasenwerking
M Connector voor afstandsbediening Korte aansluiting naar schakelaar “on”.
N VE.Can / CAN-bus
O USB
P Reset Knop Waarvoor wordt de resetknop gebruikt? MCO
Q Ethernet-poort
R VE.Direct-poort

Bijlage B : Blokdiagram

alt-text

Bijlage C: Parallelle aansluitingen

alt-text

Aanvullende voorwaarden zijn vereist voor parallelle systemen - lees hier meer specifieke documentatie - https://www.victronenergy.com/live/ve.bus:manual_parallel_and_three_phase_systems

Bijlage D : Driefasenverbindingen

alt-text

Aanvullende voorwaarden zijn vereist voor driefasensystemen - lees hier meer specifieke documentatie - https://www.victronenergy.com/live/ve.bus:manual_parallel_and_three_phase_systems

Bijlage E : Laadkenmerk

alt-text

alt-text

4-trapsopladen:

Bulk Ingevoerd wanneer de lader wordt gestart. Constante stroom wordt toegepast totdat de nominale accuspanning is bereikt, afhankelijk van temperatuur en ingangsspanning, waarna constant vermogen wordt toegepast tot het punt waar overmatige gasvorming begint (28,8 V resp. 57,6 V, temperatuurgecompenseerd).

Battery Safe-modus

De aangebrachte spanning op de accu wordt geleidelijk verhoogd totdat de ingestelde Absorptiespanning is bereikt. De Battery Safe-modus maakt deel uit van de berekende absorptietijd.

Absorptie

De absorptieperiode is afhankelijk van de bulkperiode. De maximale absorptietijd is de ingestelde maximale absorptietijd.

Vlotter

Vlotterspanning wordt toegepast om de accu volledig opgeladen te houden

Opslag

Na één dag vlotterlading wordt de uitgangsspanning gereduceerd tot opslagniveau. Dit is 26,4 V resp. 52,8 V (voor 24 V en 48 V lader). Dit beperkt het waterverlies tot een minimum wanneer de accu is opgeslagen voor het winterseizoen. Na een instelbare tijd (standaard = 7 dagen) zal de lader in de Herhaalde Absorptie-modus gaan voor een instelbare tijd (standaard = één uur) om de accu te “verfrissen”.

Bijlage F: Temperatuurcompensatie

alt-text

De vlotter- en absorptieuitgangsspanningen zijn standaard bij 25 °C. Verlaagde Vlotterspanning volgt na Vlotterspanning en Verhoogde Absorptiespanning volgt na Absorptiespanning. Temperatuurcompensatie is niet van toepassing in de aanpassingsmodus.

Bijlage G: Afmetingen

alt-text

Laatst bijgewerkt: 7/1/2019, 2:25:12 PM